• Vlindereffect 1

    Tijdreizen is een thema in film en literatuur dat met grote frequentie de kop op steekt. Het idee dat je terug en vooruit in de tijd zou kunnen reizen is natuurlijk ook geweldig. In de 19e eeuw schreef H.G. Wells (vooral bekend vanwege zijn ‘War of the Worlds’) het boek ‘The Timemachine’. Sindsdien is het thema in vele boeken en films gebruikt. Ook in Suske en Wiske neemt de teletijdmachine van de aimabele professor Barabas een zeer prominente plaats in omdat het bij uitstek het middel is Suske en Wiske avonturen te laten beleven door alle eeuwen heen. Vreemd is het natuurlijk wel dat Suske en Wiske zelf niet ouder worden.

    Recentelijk las in het boek  ’22-11-63′ van Stephen King. Een verrassend geschreven boek waarin een leraar Engels uit het heden via een trapje in een hamburgerrestaurant kan terugkeren naar steeds dezelfde dag in 1958. Zijn ultieme doel is het voorkomen van de moord op President Kennedy op ’22-11-63′. Uiteindelijk lukt dat natuurlijk, maar wanneer hij terugkeert naar zijn eigen tijd is de wereld zo veel veranderd dat ie snel besluit de tijd weer te ‘resetten’. In het boek zijn twee onderdelen interessant. Allereerst de wijze waarop hij zich door de tijd verplaatst. In veel verhalen over tijdreizen is er sprake van een machine waarmee vrijelijk door de tijd kan worden gesprongen. In het boek van King is sprake van een ‘wormhole’. Een fictief natuurkundig fenomeen waarmee mensen door de tijd kunnen reizen of … en dat is in veel andere verhalen met ‘wormholes’ het geval, in een flits enorme afstanden afleggen. Het tweede interessante fenomeen is het zogenaamde vlindereffect. Met het vlindereffect wordt bedoeld dat wijzigingen die iemand aanbrengt in het verleden direct gevolgen hebben voor het heden waar de persoon net vandaan komt. In het boek van King wordt het vlindereffect benoemd, maar is gering. Het voorkomen van de moord van een vader op zijn zoontje die beide in de geschiedenis geen enkele rol van betekenis spelen heeft relatief kleine gevolgen voor dat kind. Dat wordt natuurlijk anders als hij uiteindelijk de moord op Kennedy verhinderd.

    Het vlindereffect komt nog in een andere hoedanigheid terug, en dat is de zogenaamde ‘grootvaderparadox’. Het vermoorden van je eigen grootvader zou er toe leiden dat je wellicht nooit geboren bent waarmee jouw aanwezigheid in het verleden direct onmogelijk wordt. Soms, zoals dat het geval is in ‘Back to the Future’, sta je de liefde tussen je eigen ouders in de weg en moet je vechten tegen deze variant van het tijdreis- of grootvaderparadox. Naast veel goede films over tijdreizen zijn er ook een heleboel slechte films gemaakt. Films die maar voortborduren op dit thema en daar geen enkele nieuwe of verassende dimensie aan toevoegen. Bruce Willis maakt met ‘Looper’ het zoveelste Terminator-achtige tijdreisvehikel waarin ik, na het lezen van de recensie, al iedere vorm van interesse heb verloren.

    Wat natuurlijk wel aardig is is het fenomeen tijdreizen natuurkundig eens te ontleden. Tijd is namelijk een fenomeen dat de mens heeft bedacht. Niet het gegeven dat er voortdurend gebeurtenissen na elkaar gebeuren waarbij wij ons bewust zijn van het nu en het net, maar meer de schaal waarin wij de tijd uitdrukken. Tijd is gebaseerd op de beweging van hemellichamen en de rotatie en declinatie van de aarde zelf. Dat wij rekenen in uren, minuten en seconden is natuurlijk min-of-meer toevallig. Als we het allemaal nog eens over zouden moeten doen, ben ik er van overtuigd dat er een ietwat andere indeling zou zijn dan wij nu hebben. Er zijn in het verleden ook meerdere indelingen geweest, maar onze Gregoriaanse kalender is uiteindelijk de norm geworden. Omdat tijd genormeerd is en er – afhankelijk van je positie op aarde – verschillende tijden zijn, is er ook een atoomtijd. Toch speelt er bij tijd nog een ander fenomeen een rol en dat is je snelheid en het zwaartekrachtveld waarin je je bevindt. De beleving van tijd is voor iemand die zich met hoge snelheid in een trein voortbeweegt in vergelijking met iemand die die trein, stilstaand op een perron, voorbij ziet razen anders. Dat heeft Einstein in een van zijn ‘Gedanken’ experimenten ons geleerd. Ook gaat de tijd in de kelder (door de grotere zwaartekracht) langzamer voorbij dan op zolder. Dat scheelt verschrikkelijk weinig, maar op een mensenleven is het verschil tussen het puntje van de Mount Everest en de bodem van de Marianentrog toch minuten groot.

    Einstein leert ons ook dat het eigenlijk volstrekt onmogelijk is in de tijd te reizen. Als we het bovenstaande voorbeeld met de Mount Everest en de Marianentrog tot enorme proporties opblazen en daar ook de lichtsnelheid – als constante – aan toevoegen is het in theorie  mogelijk dat iemand die 24 uur zich met 99% van de lichtsnelheid rond de aarde cirkelt bij terugkomst op aarde tot de conclusie komt dat daar er een jaar voorbij is gegaan.

    De meest bekende vergelijking ter wereld is

        \[ E=MC^2 \]

    E staat voor Energie, M voor Massa en C is de lichtsnelheid. Om iets met een snelheid van 99% van de lichtsnelheid te laten voortrazen is een ongelooflijke hoeveelheid energie nodig. Om met 100% van de lichtsnelheid te reizen zelfs een oneindige hoeveelheid energie en dat is – zoals de vlag er nu bij hangt althans – niet mogelijk. Het is namelijk te berekenen (en berekend) wat de totale hoeveelheid beschikbare Energie in ons nog immer uitdijende heelal is. Licht (of straling) heeft geen massa maar alles met massa kan nooit tot aan de lichtsnelheid worden versneld. 99% zou theoretisch haalbaar moeten zijn, maar ook daarvoor is een energie noodzakelijk die de benodigde 1.21 Gigawatt uit ‘Back to the Future’ tot een rimpeling in de oceaan reduceert.

    Reizen in de tijd is dus natuurkundig helaas niet mogelijk. Zeker niet vrijelijk naar voren of naar achteren. Maximaal haalbaar is dus het manipuleren van de tijd door te spelen met snelheid en zwaartekracht. De Space Shuttle versnelt op 45 km hoogte naar een snelheid van ongeveer 27.000 km/h. Dat is 7,6 km/s. Dat is nog steeds 40.000 keer langzamer dan de snelheid van het licht. En een ding is zeker. De energie die nodig is om die enorme stap te overbruggen komt niet uit een uitlaat van een raketmotor. Je kunt blijven hopen op wetenschappelijk bewijs voor wormgaten of een heilig geloof hebben in de blauwe lampjes achterop de Star Trek maquettes. Ik sta weer met beide benen op de grond. Maar het blijft leuk om er over te fantaseren