• De Rots

    Sinds een aantal jaren verzamel ik vooral grappige onderdelen uit de fotografische geschiedenis. Oude camera’s, een 8mm projector, een opwindbare 8mm camera en een toverlantaarn. Waardeloze prullen, maar met een – voor mij – hoge amusementswaarde. Een van de eerste dingen die ik ooit eens op de kop tikte was een Viewmaster. Iedereen van mijn leeftijd kent die dingen wel – en ze bestaan overigens nog steeds – als die rode kijkertjes waar je meestal Disneyplaatjes in kon bekijken. Ze bestaan al sinds de jaren ’50. Toen werden echter veelal toeristische plekjes gefotografeerd. Wat ik er zo grappig aan vind is dat die plaatjes (stereobeelden in 3D) vaak prachtig de heersende tijdsgeest weten te vangen. Ik heb een aantal schijfjes van Duitse plaatsen als Berchtesgaden, Schwäbisch Hall, Monschau en de Rijndorpjes. Allemaal plaatjes met van de uitkijkpunten met verrekijkers en hotels met veel hout en groene gordijnen.Tijdens aan paar fietsvakanties ben ik rond het begin van dit millennium door veel van die plaatsjes gefietst en heb ook aan paar keer in zo’n hotel geslapen. De hotels zijn nog steeds hetzelfde en de man achter de bar liet bijna het leven toen ie 4 bier moest tappen dus die zal ook nog wel uit dezelfde tijd stammen. Vergane glorie.

    Ik was dit weekend met vrienden in La Roche en Ardenne in België en daar zie je diezelfde vergane glorie, maar je ziet ook de poging er nog iets van te maken. Naast het 60 jaar oude oorlogsmuseum prijken ongeveer 34 ‘Outdoor Centra’ waar je je kunt melden voor een ‘onvergetelijke’ mountainbiketocht, quad-rit of kayaktocht. Ook de oude restaurants hebben deels plaats gemaakt voor moderner ogende zaken, maar meestal is het schone schijn. Dat weet je wanneer je die frisse helm van ‘Woeste Bertrand’ bij het ‘Outdoor Centre’ opzet of zodra je in zo’n hip etablissement naar het toilet moet en via het kelderluik of zoldertrap naar het kleinste kamertje op zoek gaat. Vrijwel direct komen de schrootjes, het asbesthoudend linoleum en dat sanitair uit het jaar tabak in zicht en ben je weer een illusie armer. Of rijker, want ergens heeft het ook wel wat. Tenminste zolang het bier smaakt en het eten smakelijk en voldoende is.

    Gisteravond gingen we na een prachtige wandeling vanuit ons eenvoudige maar keurige hotel naar het dorpje om iets te eten. We hadden al een beetje rondgekeken en één restaurantje had iets authentieks, iets Ardeens en dat leek ons wel wat. Toen we als enige gasten binnenkwamen liet zich de eerste 5 minuten niemand in de zaak zien. We zijn – iets minder hoopvol – maar ergens gaan zitten. Opeens meldde zich een tiener die ons de kaart en de wijnkaart gaf. Deze positieve ontwikkeling draaide in luttele seconden om tot een onafwendbare deceptie bij het bekijken van de kaart. De kaart was ongeveer 10 jaar oud. Prijzen waren met de hand veranderd. Gerechten die ze niet meer hadden waren doorgestreept en van sommige menu’s hadden ze hoofdgerechten verwisseld en dat was met dubbele pijlen gecorrigeerd. Langzaam kreeg ik de slappe lach. We overwogen te gaan, maar het was eigenlijk ook wel heel interessant om te zien wat hier uit zou komen. Nadat de jongedame 4 lauwe biertjes uit fles had ingeschonken ben ik – terwijl door ons het bestek werd gereinigd en de glazen werden gepoleerd – voor het eerst in mijn leven in de kaart op zoek gegaan naar een gerecht waarvan de kans zo klein mogelijk was dat ik er ziek van zou worden. Het werd Ardenner ham en wild zwijnstoofvlees. Specialiteit van het huis notabene! Het voorgerecht van 7 Euro bestond uit twee plakjes Ardenner Ham, een blaadjes sla, precies een schijfje komkommer en een yoghurt-mayonaise dressing met peterselie. Het geheel werd opgeluisterd met een sneetje oud brood en een plastic kuipje boter. Het hoofdgerecht was een diep bord wildzwijnstoofvlees in een – met teveel water aangelengde – jus die net niet heet genoeg was. Uiteraard ontbraken de frieten niet, maar je kon ze op je bord alleen verdrinken in de ‘heerlijke’ jus. Nadat we de in de magnetron opgewarmde koffie naar binnen geflikkerd hadden zijn we maar gegaan. Naar de Irish Pub. Met flinke honger en een Bourgondische illusie armer