Handyman

Op dit moment heb ik een heel klushok vol gereedschap. We hebben hier thuis inmiddels twee flinke verbouwingen achter de rug en dan schaf je nogal wat van dat spul aan. Als ik aan het werk ben denk ik vaak meer aan de klus dan aan een goede tijdelijke plek voor mijn gereedschap met als gevolg dat ik nogal eens wat kwijt ben. Er zijn mensen die bij het lezen van de tekst ‘nogal eens’ spontaan de hik zullen krijgen, maar goed. Het gevolg is dan ook dat er dingen zijn die meer dan eens in mijn collectie voorkomen. Meetlinten, tangen, draadstrippers, inbussleutels, schroevendraaiers, boren, schroefbitjes en vooral potloden.

Een mens mag eigenlijk niet van zichzelf zeggen dat ie handig is, maar ik ben het geloof ik wel. Mijn vader had ook geen twee linkerhanden, en eigenlijk moet ik vooral hem dankbaar zijn. Niet alleen omdat hij me actief allerlei dingen heeft bijgebracht, maar vooral omdat ik vroeger  nagenoeg alles wat met een schroevendraaier uit elkaar te halen was ook daadwerkelijk uit elkaar heb gehaald. Tot mijn 13e bleef het daar dan ook bij en was ik vooral bedreven in ‘demontage’ en ‘camouflage’. Oftewel het op een zodanige manier in elkaar zetten van een vers gedemonteerd apparaat, dat het leek alsof ik er nooit aangezeten had. De functie van het apparaat was echter voorgoed verloren. Daar kwamen mijn ouders dan op de minst geschikte momenten achter en kreeg ik op mijn kloten, want ik had weinig mogelijkheden de schuld op iemand anders af te kunnen schuiven.

Het gereedschap van mijn vader verspreidde ik tijdens deze demontagetochten door het hele huis, met als gevolg dat hij nooit iets kon vinden en nagenoeg iedere zaterdagmiddag bij de lokale ijzerwarenhandel ‘Van Enckevort’ te vinden was, om al hetgeen ‘verdwenen’ was weer aan te vullen. Ik ging dan vaak mee en zo kon ik goed zien wat er nu weer aangeschaft werd. Het duurde dan meestal ook geen drie dagen of dan werd de nieuwe aanschaf door mij ingezet voor daartoe niet bestemde doeleinden. Ooit heeft mijn vader de gereedschapskast afgesloten met een groot slot, maar helaas wist ik het sleuteltje snel te liggen, dus dat was geen groot succes. Na mijn 13e lukte het steeds vaker dingen te repareren. Waarmee overigens niet gezegd is dat ze altijd kapot waren.

Mijn stomste actie, zonder enige twijfel, was een ‘performancetest’ van een brandblusser. Ooit gekocht omdat het volgens mij een tijdje verplicht is geweest in de auto, maar al snel in de gereedschapskast van mijn vader belandt. Een klein rood blussertje met een gele verzegeling. Op een dag heb ik de verzegeling losgemaakt om een ‘klein beetje’ te sproeien en dan de verzegeling er weer op te doen. Ik had echter met een ding geen rekening gehouden. Toen het ding ging sproeien bleek het een poederblusser te zijn die je niet meer kon uitzetten. Nadat het apparaat een kleine 30 seconden de hele lading had uitgebraakt zag de tuin er uit alsof er een container meel overheen was gestort. Helaas regende de het niet dus toen mijn vader ’s avonds thuiskwam en naar buiten keek wist ik precies hoe laat het was.