Voor de kust van Texel spoelde deze week een tweetal enorme vissen aan. Op een zandplaat met de prachtige naam ‘Razende Bol’ lag een bultrug. Een eindje verderop lag een potvis. Allebei fantastisch mooie beesten en een zeldzaamheid in Nederlandse wateren. Zo zeldzaam eigenlijk dat het bijna altijd zieke of verdwaalde dieren zijn die onze kust met een bezoek vereren. Het getijde is in Nederland, en zeker in de Waddenzee, zo fors dat een dier van die omvang daar makkelijk droog kan komen te liggen. En een walvis mag dan een zoogdier zijn, op het land liggen is dodelijk voor zo’n beest.
De potvis had geluk. Hij was al dood toen ie aanspoelde. Vaak raken deze beesten verstrikt in het net van een vissersboot en verdrinken dan. Ook bruinvissen en dolfijnen zijn regelmatige gasten van vissersnetten en het behoeft geen toelichting dat vissers hier bepaald niet blij mee zijn, want hun netten zijn niet gemaakt voor een beest van ruim 2000 kilo. Wat overigens nog klein is als je weet dat een volwassen blauwe vinvis – het grootste dier op aarde – tot wel 170.000 kilo zwaar kan worden. De bultrug had pech. Hij leefde nog en dat betekent lijden. De kans namelijk dat je een beest van die omvang zomaar even terug de zee in krijgt is klein. Mocht het al lukken, dan is de kans vervolgens weer heel groot dat het dier enkele kilometers verderop opnieuw aanspoelt. Er is namelijk iets mis met zo’n walvis.
De Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij (KNRM) heeft tevergeefs geprobeerd de walvis te redden, maar het vlot trekken van de vis mislukte keer op keer. De bultrug is zich namelijk niet bewust van een reddingspoging en kan met een klap van zijn staart een mens totaal vermorzelen. Daar moet je dus wel even met je hoofd bij blijven. Dierenartsen van het dolfinarium in Harderwijk hebben het dier onderzocht en na twee reddingspogingen besloten dat verdere pogingen geen zin meer hadden. Het dier leed ondraaglijk en euthanaseren van de vis was in hun ogen de enige optie. Dat viel alleen niet mee. De vis ging niet dood. Een tweede poging het dier via de staart te doden werd nooit uitgevoerd omdat dit gewoonweg te gevaarlijk zou zijn.
Fraai is het allemaal niet natuurlijk. Het sterven van zo’n mooi dier is gewoon doodzonde. Maar wat pas echt verschrikkelijk is is die Nederlandse volksaard van de milieubewegingen. Lenie ’t Hart heeft in haar leven veel goede dingen gedaan voor zeehondjes. Huilers heten ze geloof ik. Als Lenie wat zegt wordt naar haar geluisterd. Maar over de bultrug zei ze weinig verstandigs. Als – na twee reddingspogingen – mensen van het Dolfinarium en ook Greenpeace hebben geconcludeerd dat er geen hoop meer voor de bultrug is, nieuwe reddingspogingen te gevaarlijk of zinloos zijn, komt er een moment waarop men moet beslissen het er bij te laten. Anders gaat iedereen reddingpogingen organiseren. Nu is Lenie niet zomaar iemand, maar haar idee om ‘gewoon even’ het zand rondom de bultrug weg te blazen waarmee het dier vrij zou komen was wel erg vrijblijvend en een stuk minder doordacht dan de pogingen die al ondernomen waren. Johannes, want zo heette de walvis inmiddels, was vrijwel zeker ook door haar niet gered. Natuurlijk was ze daar teleurgesteld over, maar Lenie was Lenie en liet vervolgens zien waarom ze onlangs nog door de raad van toezicht van haar eigen zeehonderpeuterspeelzaal op een zijspoortje is gezet. Lenie is namelijk tactloos en nogal autoritair. Ze dult geen enkele tegenspraak en daarmee jaagt ze mensen tegen zich in het harnas. Ook nu had de hele wereld nergens verstand van en was zij de supervrouw die het arme bultrugje had kunnen redden. Maar Lenie bedoelt het goed. Ze heeft echt hart voor dieren en dat is niet grappig bedoeld.
Heel veel erger is ons eigen kamerlid Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren. Deze voormalige directeur van stichting ‘Wakker Dier’ zag haar kans schoon. In een rubberboot, die in noodgevallen klaarligt om kamerleden naar stervende dieren te vervoeren, ging zij op bezoek bij Johannes. Rondde Razende Bol. Keek onder haar capuchon richting de bultrug en zag dat het goed was. Ze werd gevolgd door journalisten die haar verdriet over de aanstaande dood van die vis mooi in beeld zouden brengen. Terug aan land kwam er een hoop onzin uit over een nationaal expertisecentrum voor aangespoelde dieren en het ontbreken van protocollen die de overheid had moeten maken. Volgens mij is zij van de overheid, en sinds 2006 als kamerlid actief. Kamerleden hebben het recht van initiatief , maar nog nooit hebben wij enig initiatief van haar in die richting mogen vernemen, dus ‘noblesse oblige’ zou ik zeggen.
Maar het kan nog erger. Toen twee weken geleden in Almere een grensrechter werd doodgetrapt door de lieverdjes van de B1 van Buitendijk volgde een stille tocht. Dat is een goed Hollands gebruik. Als er iemand doodgaat en we zijn het er niet mee eens, dan steken we een kaarsje aan en sjokken een eindje door de wijk. Bij begrafenissen applaudisseren we langs de kant van de weg en we dragen witte kleding. Liefst met een lieveheersbeestje er op. Dat helpt. Als we nu ook nog voor dode bultruggen, olifanten, herten, konijnen, kanaries en groene vliegen tochten gaan organiseren is het bijzondere er natuurlijk wel van af. Freek de Jonge zei ooit: ‘Je mag toch hopen dat ze deze beschaving nooit opgraven’. De dag dat ik het met hem eens ben komt steeds dichter bij.
If you enjoyed this article please consider sharing it!