• Uit de bocht

    Sinds een aantal kopstukken uit de wielersport openheid van zaken hebben gegeven over hun vermeende dopinggebruik lijkt het hek van de dam. Er is een ware heksenjacht gaande op sporters uit het heden maar – en dat is opvallend – ook uit het verleden. In de Tour de France worden dopingstalen jaren bewaard om ook in de toekomst – als er nog betere dopingtesten beschikbaar zijn – sporters alsnog wegens fraude uit de boeken te kunnen schrappen. Maar we zijn natuurlijk allemaal zo naïef als een stel kleuters. Kijk nou eens naar sporters. Kijk nou eens naar het geld dat ze met sporten kunnen verdienen en neem daarbij in ogenschouw dat die ‘pecunia’  er alleen voor de winnaar is. Dan is 1 en 1 toch gewoon 2. Hitler zag in 1936 dat ie te laat was met het kweken van de ultieme arische godenzoon en -dochter. Na de pijnlijke overwinning van uitgerekend een zwarte Amerikaan op het koningsnummer bij de atletiek zwoor Hitler dat er – zolang hij aan de macht was – nooit meer een Germaan zou verliezen van een Jood of een etnisch anders onzuiver mens.

    Lebensborn1Op grote schaal is er in Duitsland gerotzooid met doping en afkomst om er maar voor te zorgen dat er een übermensch gemaakt kon worden. Duitse soldaten werden gekoppeld aan Noorse vrouwen van het meest zuivere soort om een maar zo Arisch mogelijk kind te verwekken. Uiteraard ging dat allemaal niet geheel vrijwillig, maar het doel heiligde alle middelen en het ‘lebensborn’ programma heeft tot een groot aantal nakomelingen gezorgd. Übermenschen waren het in de verste verte niet want het was nu niet bepaald een gezond en onbezonnen begin van een leven temidden in een kliniek met een vader en een moeder die elkaar haten en doktoren die proberen iets van je te maken terwijl ze daar eigenlijk helemaal niet toe in staat waren. Wat wel al bestond was doping. Iedereen die wel eens een slagveld heeft bezocht uit de eerste of tweede wereldoorlog zal zich wel eens hebben afgevraagd wat er nu precies in het hoofd van die jongemannen moest zijn omgegaan wanneer ze weer aan een ogenschijnlijk zelfmoordoffensief moesten deelnemen. Wat denk je voordat de klep van je landingsvoertuig naar beneden gaat of je op het commando van een-twee-drie uit je loopgraaf de vijand tegemoet rent? Het antwoord weten alleen zij die het deden, maar veel mannen dachten niets. Ze waren gedrogeerd met Pervitin. Wij noemen dat nu Methamfetamine en dat is grote rotzooi. Nu wil ik niet suggereren dat de geallieerde troepen dit nooit gedaan hebben, maar de schaal waarop is ongetwijfeld een stuk kleiner.

    Na de oorlog is Duitsland hier eigenlijk gewoon mee doorgegaan. De koude oorlog als aanjager maakte in de jaren ’50 dat Oost-Duitsland op professionele wijze, en gesteund door de staat zelf, sporters ging veranderen in machines. Nu blijkt dat West-Duitsland gewoon net zo hard meedeed en er een parallel programma van – door het ministerie van Binnenlandse Zaken – gesteund dopinggebruik op nahield. In die tijd was dat niet verboden, maar daarmee is het nog niet eerlijk. Al jaren verbaas ik me over een sport als de Formule 1 waarin teams met een formidabel budget strijden tegen teams die slechts een fractie daarvan hebben. Andy Kaufman – Latka uit Taxi – verdiende een tijdje zijn geld door te boksen tegen vrouwen. Dat leverde hem steevast boegeroep uit het publiek op, maar bij de formule 1 is het stil terwijl daar gewoon hetzelfde aan de  hand is.

    1007422_origGedurende een jaar of 20 konden we met zijn allen vol verbazing kijken naar de 100 meter sprint tijdens de Olympische Spelen. Vrijwel alle toppers uit de periode tussen 1984 en 2004 zijn niet van onbesproken gedrag gebleken. Ze zagen er ook meer uit als bodybuilders dan als sprinters en dat gold ook voor de vrouwen. Het kan dus gewoon niet. Je kunt – uitzonderlijke talenten daargelaten – nu eenmaal nooit de 100 meter in 6 seconden lopen. Ergens ligt er een fysieke grens. Maar dat willen we niet zien of horen. We willen wereldrecords tijdens de Olympische Spelen. Bob Beamon sprong in 1968 in Mexico 8,90 m ver. Dat was 55,25 cm meer dan het oude record. Daarna heeft meneer nooit meer een deuk in een pakje boter gesprongen, laat staan dit record ook maar ooit geëvenaard. We willen juichen. Onze handen voor onze ogen slaan en denken dat er iets formidabels is gebeurd. Maar dank zij de sporters zelf weten we niet meer waar we aan toe zijn. We worden belazerd en bedrogen. Daarna worden we weer getrakteerd op een boze sporter die zich afvraagt waarom hij zich toch iedere keer moet verantwoorden. Je weet wel. Zo’n sporter die tijdens de beklimming van de Mont Ventoux bijna uit de bocht vliegt. Ik heb de Mont Ventoux ook ooit gefietst en – zelfs met harde rugwind – is het woordje vliegen nergens ook maar in mijn brein opgekomen. En al helemaal niet in een bocht.